Hoofdstuk 6 - Deel 2
Zwijgend reden ze het pad af naar de stal. Kelsey wist niet goed hoe ze deze informatie precies moest verwerken. Aan de ene kant wilde ze niets liever dan aan Martin vragen of hij contact met Dennis kon leggen, maar aan de andere kant had ze altijd geleerd dat je de doden met rust moest laten.
Maar wat moest je doen als de doden contact met jou gingen opzoeken? Want ze had Dennis gehoord. Ze wilde het eigenlijk niet geloven, maar ze wist dat het zo was. Ze had Dennis gehoord.
Nog steeds in gedachten gleed ze uit het zadel en schrok van de warme stem vlakbij.
“Gaat het?”
Tom moest een enorm beroep op zijn zelfbeheersing doen om haar niet in zijn armen te trekken, maar hij voelde duidelijk dat ze afstand wilde en hij respecteerde dat. Dus keek hij haar alleen maar bezorgd aan.
Zijn blik werd niet beantwoord. Met gebogen hoofd stapte Kelsey van hem weg.
“Laat ik zeggen dat ik blij ben dat ik momenteel mijn ouders niet onder ogen hoef te komen, want ik zou écht niet weten hoe ik me zou moeten gedragen. Als ik hen zou vertellen dat ik Dennis heb gehoord, gaan ze meteen op zoek naar een dwangbuis.”
“Nou, je treft het. In dit huis hebben we geen dwangbuis beschikbaar. Dus ga in alle vrijheid maar bijkomen van deze ervaring.”
Kelsey knikte na zijn woorden en liep zonder hem aan te kijken naar het huis. In een flits had ze Lisa en Martin in de tuin gezien, maar ze wilde nu echt even alleen zijn.
Met grote stappen nam ze de trap en liet zich even later op haar buik op het grote bed vallen. Met haar gezicht in het kussen liet ze de tranen komen. Zou het echt mogelijk zijn om contact te hebben met Dennis? Of zat ze zichzelf in de maling te nemen, omdat ze gewoon niet wilde accepteren dat ze haar broertje nooit meer zou spreken?
Was het suggestie dat ze nu een arm om haar schouders voelde? Ze bleef stil liggen, uit angst om de betovering te verbreken. Ze voelde het echt. Een druk op haar rug, alsof iemand een arm over haar heen had gelegd. En daar was ook weer die kippenvel en die stem.
“Kelsey, ik ben bij je. Altijd.”
De druk werd minder en het was akelig stil. Kelsey huilde. Opeens voelde ze zich vreselijk eenzaam.
Het duurde even voordat ze het muziekje kon thuisbrengen, maar toen greep ze snel naar haar mobiel in haar zak en bekeek het display. Ze haalde diep adem en maakte de connectie.
“Hallo mam.”
“Dag schat.”
Het was even stil. Kelsey was geschrokken van de doffe toon van haar moeders stem en zocht – net wakker – naar de juiste woorden. Ze besloot voor eerlijkheid te gaan.
“Je klinkt heel down.”
“Dat klopt, dat ben ik ook,” haar moeder zuchtte even diep. “Ik heb vanmorgen een afspraak gemaakt met een psycholoog en daar is jouw vader niet erg blij mee.”
Kelsey voelde zich boos worden.
“Waarom niet? Hij hoeft toch niet mee? Wat kan hij er op tegen hebben dat je hulp voor jezelf zoekt?”
Weer een diepe zucht.
“Hij ziet het als verraad.”
“Goh, waar heb ik dat meer gehoord,” reageerde Kelsey bitter en draaide op haar rug. De zon speelde met de boom voor het raam en tekende bijzondere schaduwen op het plafond. Wat een contrast. Dit rustige schouwspel en de emotionele strijd die zij als gezin aan het voeren waren.
“Meisje,” de sussende reactie van haar moeder schoot in haar verkeerde keelgat.
“Nee mam, dit keer niets afzwakken. Pa zit vast in zijn verdriet en geloof me, mijn hart breekt voor hem. Maar ik vind het onvergeeflijk dat hij ons in zijn gevangenis probeert te dwingen. En we hebben ons heel lang laten dwingen, mam. Dat is onze verantwoordelijkheid. Maar ik ben er nu uit en ik laat me niet meer terugstoppen en ik kan alleen maar hopen dat jij die gevangenis achter je kunt laten.”
Het was even stil en toen hoorde Kelsey iets dat op een snik leek.
“Weet je, lieve mam,” ging ze op zachtere toon verder, “net als jij begrijp ik heel goed waarom pa reageert zoals hij reageert. Echt waar, ik snap het helemaal. Maar dat begrip betekent niet dat ik niet meer mag voelen wat ik voel en ik ben er klaar mee, mam. Niet met papa, maar wel met zijn gevangenis en zijn gemanipuleer.”
